Proloog - Abstract
“Hij wist wat die jubelende menigte niet wist, maar uit boeken had kunnen leren: dat de pestbacil nooit sterft of voorgoed verdwijnt; dat hij jaren en jaren kan sluimeren in meubels en linnen kisten; dat hij zijn tijd verdoet in slaapkamers, kelders, hutkoffers en boekenplanken; en dat er misschien een dag zou komen waarop hij, tot vloek en verlichting van de mensen, zijn ratten weer zou opwekken en ze naar een gelukkige stad zou sturen om te sterven.”
“Niets vergaat in de wereld, mijn vriend, niets gaat verloren; vandaag de mens, morgen de worm, overmorgen een vlieg; is het niet om gestaag te blijven bestaan?”
“Wat is beter? Goedkoop geluk of subliem lijden?”